Wij zijn echte sportfanaten, maar de Olympische Winterspelen hebben teveel van ons gevergd. Er waren veel te veel onderdelen: je zag skispringers over de kop vliegen om hun kunstjes te verkopen, Chinezen die de voorrangsregels niet kenden en sjoelers op het ijs die er met een bezem voor zorgden dat hun steen weer net iets sneller ging. Kortom een parodie op sport, want met 116 onderdelen kan iedere wintersporter wel een medaille winnen.
De meest onzinnige: teamestafette rodelen; hier kunnen wij ons helemaal niets bij voorstellen… een stokje overgeven met 130 km per uur? Zondag zijn we er gelukkig van verlost.
In 1960 was het nog te overzien: er waren 27 medailles te behalen bij skiën, schaatsen, bobsleeën en ijshockey. Een medaille had toen nog échte waarde; dat in tegenstelling tot alle kunstmatige nummers van nu, 117 in totaal.
Helaas gaat het voetbal met deze trend mee, met het WK voor clubteams als dieptepunt. Wij kunnen nog meer prijzen bedenken en we lichten er eentje uit: welke ploeg schiet de bal het vaakst het stadion uit?
Dan moeten we in de eredivisie de winnaar zoeken bij de clubs met de kleinste stadions: Excelsior en Telstar (zeer bij zeewind in de rug) of aan de clubs met de meeste figuurlijke uitschieters en dan komen we uit bij Heracles. Laat dat morgen nu net de tegenstander zijn van de Eagles. Voor de mensen aan de Brinkgeverweg dus alle hens aan dek: bescherm huis en haard. En voor onze Eagles hopen wij dat morgen de reeks van 18 zonder overwinning een gelukkig einde krijgt. Dan zou 22-2 niet alleen cijfermatig een bijzondere dag zijn, maar ook eentje die er voor zorgt dat zowel aan de Spelen als aan het niet winnen van Go Ahead gelukkig een einde komt.